**1.** Europese octrooien worden verleend voor uitvindingen, op alle gebieden van de technologie, mits zij nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn.
**2.** In de zin van het eerste lid worden in het bijzonder niet als uitvindingen beschouwd:
ontdekkingen, wetenschappelijke theorieën en wiskundige methoden;
esthetische vormgevingen;
stelsels, regels en methoden voor het verrichten van geestelijke arbeid, voor spelen of voor de bedrijfsvoering, alsmede computerprogramma’s;
presentatie van informatie.
**3.** Het tweede lid sluit de octrooieerbaarheid van de aldaar genoemde onderwerpen of werkzaamheden alleen dan uit voor zover de Europese octrooiaanvrage of het Europees octrooi betrekking heeft op een van die onderwerpen of werkzaamheden als zodanig.
Artikel 7, eerste lid, van Trb. 2002/64 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Is van toepassing op Europese octrooiaanvragen die aanhangig zijn op het
tijdstip van de inwerkingtreding ervan en op op dat tijdstip reeds
verleende Europese octrooien (Trb. 2012/3).
DEEL II › HOOFDSTUK I
Artikel 52
Octrooieerbare uitvindingen
Onderdeel van Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 13 december 2007