Naar hoofdinhoud

DEEL V

Artikel 99

Oppositie

Onderdeel van Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)· Intellectuele eigendom

Deze tekst geldt sinds 13 december 2007

1. Binnen negen maanden na de datum waarop de vermelding van de verlening van het Europees octrooi is gepubliceerd in het Europees Octrooiblad, kan een ieder bij het Europees Octrooibureau oppositie instellen tegen dat octrooi, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. De oppositie wordt eerst geacht te zijn ingesteld nadat de taks voor de oppositie is betaald. 2. De oppositie geldt voor het Europees octrooi in alle Verdragsluitende Staten waarin het werking heeft. 3. De opposanten zijn, evenals de octrooihouder, partij in de oppositieprocedure. 4. Indien iemand bewijst dat hij in plaats van de vorige octrooihouder, op grond van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een Verdragsluitende Staat is ingeschreven in het octrooiregister, treedt hij, op zijn verzoek, voor deze Staat in de plaats van de vorige octrooihouder. Niettegenstaande het bepaalde in artikel 118 worden de vorige octrooihouder en de persoon die het verzoek heeft gedaan, niet beschouwd als medehouders, tenzij beiden hierom verzoeken. Artikel 7, eerste lid, van Trb. 2002/64 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Is van toepassing op op het tijdstip van de inwerkingtreding ervan reeds verleende Europese octrooien alsmede op Europese octrooien verleend ter zake van op dat tijdstip aanhangige Europese octrooiaanvragen (Trb. 2012/3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel