Naar hoofdinhoud
1. De partijen kunnen zelf, of door middel van de bij hen aangesloten lagere lichamen, voor betere afwatering van hun wederzijdse deel van het stroomgebied op hun eigen kosten aanvullende inrichtingen bouwen en exploiteren. 2. Een betere afwatering dient te worden aangemerkt als een beïnvloeding in de zin van het tweede lid van artikel 4. Dat geldt niet voor de normale afwatering van voor landbouwdoeleinden gebezigde gronden, welke langs natuurlijke weg of op kunstmatige wijze tot stand komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel