**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de in artikel II van deze Overeenkomst omschreven rechten door de luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen, op te schorten of aan de uitoefening van genoemde rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden, indien:
niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen; of
de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten, voorschriften of bepalingen van de Overeenkomstsluitende Partij die haar deze rechten heeft verleend, na te leven; of
de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en van de Bijlage daarbij.
**2.** Het recht van intrekking, opschorting of het stellen van voorwaarden wordt uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de onmiddellijke intrekking, opschorting of het onmiddellijk stellen van voorwaarden noodzakelijk is, ten einde verdere inbreuken op wetten, voorschriften of bepalingen of verder in gebreke blijven bij de uitoefening van de exploitatie overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en van de Bijlage daarbij te voorkomen.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Guatemala inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 6 juni 1979