**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht één luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten. De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij die de aanwijzing verricht geven de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk kennis van deze aanwijzing.
**2.** De Overeenkomstsluitende Partij die in kennis is gesteld van de aanwijzing geeft, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel en de artikelen 4 en 5 van deze Overeenkomst, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij.
**3.** De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften welke die luchtvaartautoriteiten, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, gewoonlijk toepassen ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten.
**4.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning niet te verlenen, dan wel daaraan zodanige voorwaarden te verbinden als zij noodzakelijk oordeelt voor de uitoefening door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten, indien niet ten genoegen van deze Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij haar onderdanen.
**5.** De aangewezen luchtvaartmaatschappijen doen, uiterlijk dertig (30) dagen voor de aanvang van de exploitatie der overeengekomen diensten, aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen mededeling van de aard van het vervoer, de te gebruiken typen luchtvaartuigen en de voorgenomen dienstregelingen. Een soortgelijke regel geldt voor mogelijke latere wijzigingen.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Kameroen inzake geregeld luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 mei 1972