**1.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van de onderhavige Overeenkomst, heeft elke Overeenkomstsluitende Partij het recht de exploitatievergunning in te trekken, of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door de luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, te schorsen, of aan de uitoefening van deze rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden indien:
zij niet beschikt over het bewijs dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij haar onderdanen; of
de luchtvaartmaatschappij zich niet gehouden heeft aan de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten heeft verleend; of
de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de overeengekomen diensten te exploiteren overeenkomstig de in deze Overeenkomst en de Bijlage vastgestelde voorwaarden.
**2.** Tenzij de intrekking, schorsing of oplegging van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorwaarden onverwijld noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuken op de wetten en voorschriften, wordt dit recht alleen uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Kameroen inzake geregeld luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 mei 1972