Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal inzake het luchtvervoer· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 22 september 1978

1. - Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen bedoeld in het tweede lid van artikel 7 niet te verlenen, indien bedoelde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij welke de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij. 2. - Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij van de rechten omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst te beperken of te schorsen indien: zij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij, of indien deze maatschappij zich niet heeft gehouden aan de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die deze rechten heeft verleend, of indien deze maatschappij de exploitatie niet uitvoert overeenkomstig de voorwaarden gesteld in deze Overeenkomst. 3. - Tenzij de beperking, de schorsing of de intrekking noodzakelijk is om nieuwe bijzonder ernstige inbreuken op de bedoelde wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, zoals voorzien in artikel 17. Ingeval dit overleg faalt, wordt overgegaan tot een scheidsrechterlijke uitspraak overeenkomstig artikel 18. Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit verstaan als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de onderdanen van de Republiek Senegal, dit verstaan als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de West-Afrikaanse economische en monetaire Unie (Trb. 2012/211). De bepalingen van artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) hebben vanaf 21 februari 2011 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/211). Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) wordt vanaf 21 februari 2011, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit verstaan als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar de onderdanen van de Republiek Senegal, dit verstaan als een verwijzing naar de onderdanen van de lidstaten van de West-Afrikaanse economische en monetaire Unie (Trb. 2012/211). De bepalingen van artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de West-Afrikaanse economische en monetaire unie inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 30 november 2009 (Pb. EU L 56 van 6 maart 2010, blz. 16-36) hebben vanaf 21 februari 2011 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/211).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel