Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen en exploitatievergunningen

Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Republiek Tanzania· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 18 augustus 1981

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van één luchtvaartmaatschappij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes. 2. Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij. 3. De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen eisen, dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften, door deze autoriteiten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag gewoonlijk en redelijkerwijs gesteld ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten. 4. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen als bedoeld in het tweede lid van dit artikel te weigeren of aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst genoemde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij zodanige voorwaarden te verbinden als door haar noodzakelijk wordt geacht, in alle gevallen waarin niet ten genoegen van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen. 5. Indien een luchtvaartmaatschappij overeenkomstig de bepalingen van dit artikel is aangewezen en haar een machtiging is verleend, kan zij op ieder tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits een overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief voor deze dienst van kracht is.

Rechtspraak bij dit artikel