Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Douanerechten en andere lasten

Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Republiek Tanzania· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 18 augustus 1981

1. Luchtvaartuigen, die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een der Overeenkomstsluitende Partijen op internationale luchtdiensten worden gebruikt, alsmede hun normale uitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord van die vliegtuigen bevinden, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke lasten mits die uitrustingsstukken, onderdelen en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven totdat zij weer worden uitgevoerd of worden gebruikt op dat deel van de vlucht dat boven dat grondgebied wordt afgelegd. 2. Vrij van dezelfde rechten, kosten en lasten, met uitzondering van de lasten ter vergoeding voor verleende diensten, zijn ook: proviand, aan boord genomen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, binnen door de autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde grenzen en bestemd voor gebruik aan boord van luchtvaartuigen op uitreis, die worden gebruikt op een internationale luchtdienst van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij; reserve-onderdelen, ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor onderhoud of herstel van luchtvaartuigen gebruikt op internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij; brandstof en smeermiddelen, bestemd voor gebruik in luchtvaartuigen op uitreis vliegend op internationale luchtdiensten geëxploiteerd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien die voorraden worden gebruikt op dat deel van de vlucht dat wordt afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord zijn genomen. De in de letters (a), (b) en (c) van dit lid bedoelde goederen kunnen op verzoek onder toezicht of controle worden gehouden. 3. De normale boorduitrustingsstukken, alsmede het materiaal en de voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten op dat grondgebied. In dergelijke gevallen kunnen zij onder toezicht worden geplaatst van de douaneautoriteiten totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Rechtspraak bij dit artikel