Naar hoofdinhoud
1. De Overeenkomstsluitende Partijen dragen in overeenstemming met de overige bepalingen van dit artikel de kosten van de loodsgelden die voor de begeleiding aan de Duitse zeeloodsen worden betaald. Zij dragen verder de voor de informatie gemaakte personeelskosten van de waarnemers, met inbegrip van de sociale verzekering en kosten van levensonderhoud, voor zover de waarnemers ten behoeve van de informatie deel uitmaken van de bezetting van de radarcentrale. 2. De Bondsrepubliek Duitsland draagt twee derde van de kosten bedoeld in het eerste lid, het Koninkrijk der Nederlanden een derde. 3. Het door het Koninkrijk der Nederlanden te dragen aandeel in de kosten wordt door de Bondsrepubliek Duitsland voorgeschoten en telkens na afloop van een boekjaar door het Koninkrijk der Nederlanden op verzoek vergoed. Voor het lopende boekjaar verricht het Koninkrijk der Nederlanden een termijnbetaling van 50% van het bedrag dat als aandeel in de kosten voor het afgelopen boekjaar moet worden betaald. De termijnbetaling wordt verricht te zamen met de betaling van het voor het afgelopen boekjaar te vergoeden resterende bedrag. 4. In de zin van deze Overeenkomst loopt het boekjaar telkens van 1 januari tot en met 31 december.

Rechtspraak bij dit artikel