**1).** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de krachtens deze Overeenkomst verleende rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, dan wel aan de uitoefening van die rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden:
steeds wanneer niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst of bij haar onderdanen; of
wanneer die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten of voorschriften na te leven die van kracht zijn op het grondgebied van de Staat die deze rechten verleent; of
wanneer de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen in overeenstemming met de ingevolge deze Overeenkomst voorgeschreven voorwaarden.
**2).** Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke intrekking, opschorting of oplegging van de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorwaarden noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuken op de wetten of voorschriften van een van beide Partijen of op de bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 5
Intrekking of opschorting van exploitatievergunningen
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kenya inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 24 februari 1981