Naar hoofdinhoud
(1). De Overeenkomstsluitende Partijen dragen zorg, dat de binnen hun grondgebied gelegen gedeelten van het Kanaal Haren-Ruitenbroek behoorlijk worden onderhouden en daaromtrent geen maatregelen worden genomen, die afbreuk doen aan de bestemming van dit kanaal voor de scheepvaart, waarvoor het op het tijdstip van de ondertekening van deze Overeenkomst is ingericht. (2). Het bij het eerste lid bepaalde geldt in het bijzonder voor: de handhaving van het kanaalpeil; het onderhoud van het kanaal en van de daarbij behorende werken; de bediening van sluizen en bruggen; de uitvoering van werken in, over of onder het kanaal en het doen geraken van voorwerpen of van vaste stoffen in het kanaal. (3). Indien het Kanaal Haren-Ruitenbroek geen of nagenoeg geen betekenis voor de grensoverschrijdende scheepvaart meer heeft, kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen, indien dan ieder van Hen zich met deze handelwijze kan verenigen, bij notawisseling overeenkomen dat dit kanaal niet langer voor de grensoverschrijdende scheepvaart is bestemd. In de nota's kunnen soortgelijke bepalingen worden gesteld als in deze Overeenkomst zijn neergelegd.

Rechtspraak bij dit artikel