Naar hoofdinhoud

Artikel V

Artikel V

Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van militair of enig ander vijandelijk gebruik van milieuveranderingstechnieken· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 15 april 1983

1. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag verbinden zich ertoe onderling overleg te plegen en samen te werken bij het oplossen van problemen die kunnen rijzen met betrekking tot de doelstellingen van, of bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag. Overleg en samenwerking ingevolge dit artikel kunnen tevens plaatsvinden door middel van passende internationale procedures binnen het kader van de Verenigde Naties en in overeenstemming met het Handvest ervan. Deze internationale procedures kunnen de diensten van geëigende internationale organisaties omvatten, alsook van een Commissie van overleg van deskundigen, zoals bepaald in het tweede lid van dit artikel. 2. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel roept de depositaris, binnen een maand na ontvangst van een verzoek van een Staat die partij is, een Commissie van overleg van deskundigen bijeen. Elke Staat die partij is mag een deskundige in deze Commissie benoemen, wier taken en huishoudelijk reglement zijn omschreven in de bijlage, die een integrerend deel van dit Verdrag vormt. De Commissie doet aan de depositaris een samenvatting toekomen van de uitkomsten van haar onderzoek naar de feiten, waarin alle aan de Commissie in de loop van haar werkzaamheden voorgelegde standpunten en gegevens zijn opgenomen. De depositaris zendt deze samenvatting toe aan alle Staten die partij zijn. 3. Elke Staat die partij is bij dit Verdrag en die redenen heeft aan te nemen dat een andere Staat die partij is in strijd handelt met de uit de bepalingen van het Verdrag voortvloeiende verplichtingen, kan een klacht indienen bij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Een zodanige klacht dient vergezeld te gaan van alle ter zake dienende gegevens, alsook van al het mogelijke bewijsmateriaal ter staving van de gegrondheid ervan. 4. Elke Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich ertoe samen te werken bij het uitvoeren van enigerlei onderzoek dat door de Veiligheidsraad overeenkomstig de bepalingen van het Handvest der Verenigde Naties kan worden ingesteld op basis van de door de Raad ontvangen klacht. De Veiligheidsraad brengt de resultaten van het onderzoek ter kennis van de Staten die partij zijn bij het Verdrag. 5. Elke Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich ertoe, overeenkomstig de bepalingen van het Handvest der Verenigde Naties, steun te verlenen of te helpen verlenen aan iedere partij bij het Verdrag die hierom verzoekt, indien de Veiligheidsraad besluit, dat een zodanige partij schade heeft ondervonden of naar alle waarschijnlijkheid zal ondervinden als gevolg van schending van het Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel