Een tekortkoming van een der partijen in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen is wezenlijk, indien zij leidt tot zodanige schade voor de andere partij dat haar in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mag verwachten, tenzij de partij die tekort schiet, dit gevolg niet heeft voorzien en een redelijk persoon van dezelfde hoedanigheid in dezelfde omstandigheden het evenmin zou hebben voorzien.
DEEL III › Hoofdstuk 1
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992