Onverminderd de bepalingen van het Verdrag van 's-Gravenhage inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict van 14 mei 1954, is het verboden vijandelijke handelingen te verrichten, gericht tegen de historische monumenten, de kunstwerken of de plaatsen waar godsdienstoefeningen worden gehouden, die het culturele of geestelijke erfgoed van de volkeren vormen, en deze te gebruiken ter ondersteuning van het militaire optreden.
DEEL IV
Artikel 16
Bescherming van culturele goederen en plaatsen waar godsdienstoefeningen worden gehouden
Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten (Protocol II)· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 26 december 1987