Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Bijzondere bepalingen betreffende het vervoer van psychotrope stoffen in verbandkisten voor eerste hulp aan boord van schepen, luchtvaartuigen of andere middelen van openbaar vervoer gebruikt voor het internationale verkeer

Onderdeel van Verdrag inzake psychotrope stoffen· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 7 december 1993

1. Het internationale vervoer door schepen, luchtvaartuigen en andere middelen van internationaal openbaar vervoer, zoals internationale treinen en autobussen, van beperkte hoeveelheden stoffen vermeld op Lijst II, III of IV die tijdens een reis nodig mochten zijn voor eerste hulp of noodgevallen, wordt niet beschouwd als invoer, uitvoer of doorvoer in de zin van dit Verdrag. 2. Passende voorzorgsmaatregelen worden genomen door het land van registratie om oneigenlijk gebruik van de in het eerste lid bedoelde stoffen of de aanwending daarvan voor onrechtmatige doeleinden te voorkomen. De Commissie doet, in overleg met de bevoegde internationale organisaties, aanbevelingen inzake deze voorzorgsmaatregelen. 3. Stoffen die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid worden vervoerd door schepen, luchtvaartuigen of andere middelen van internationaal openbaar vervoer, zoals internationale treinen en autobussen, zijn overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid onderworpen aan de wetten, voorschriften, machtigingen en vergunningen van het land van registratie, onverminderd het recht van de bevoegde plaatselijke autoriteiten om controle, inspectie en andere maatregelen van toezicht aan boord van deze vervoermiddelen uit te voeren. De toediening van deze stoffen in geval van nood wordt niet beschouwd als in strijd met het bepaalde in het eerste lid van artikel 9.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel