**1.** Voor de toepassing van dit Verdrag betekent
„verdrag”: een internationale overeenkomst gesloten tussen Staten in schriftelijke vorm en beheerst door het volkenrecht, hetzij nedergelegd in een enkele akte, hetzij in twee of meer samenhangende akten en ongeacht haar bijzondere benaming;
„statenopvolging”: de vervanging van de ene Staat door de andere Staat in de verantwoordelijkheid voor de internationale betrekkingen van gebied;
„Voorgangerstaat”: de Staat die vervangen is door een andere Staat bij statenopvolging;
„Opvolgerstaat”: de Staat die de plaats van een andere Staat heeft ingenomen bij Statenopvolging;
„datum van de statenopvolging”: de datum waarop de Opvolgerstaat de plaats van de Voorgangerstaat heeft ingenomen in de verantwoordelijkheid voor de internationale betrekkingen van het gebied waarop de statenopvolging betrekking heeft;
„nieuw-onafhankelijke Staat”: een Opvolgerstaat waarvan het grondgebied onmiddellijk voorafgaande aan de datum van statenopvolging een afhankelijk gebied was waarvoor de voorganger verantwoordelijk was voor de internationale betrekkingen;
„verklaring van voortgezette gebondenheid”: met betrekking tot een multilateraal verdrag elke kennisgeving, ongeacht de bewoording of de benaming ervan, die door een Opvolgerstaat is gedaan en waarin deze verklaart zich door het verdrag gebonden te achten:
„volmacht”: met betrekking tot een verklaring van voortgezette gebondenheid of elke andere kennisgeving ingevolge dit Verdrag een document dat van de bevoegde autoriteit van een Staat uitgaat en waarin één of meer personen worden aangewezen om de Staat te vertegenwoordigen bij het doen van de verklaring van voortgezette gebondenheid of, al naar gelang het geval, de kennisgeving;
„bekrachtiging”, „aanvaarding” en „goedkeuring”: in elk der gevallen de internationale handeling van die naam, waarbij een Staat op internationaal vlak zijn instemming betuigt door een verdrag gebonden te worden;
„voorbehoud”: een eenzijdige verklaring, ongeacht de bewoording of benaming, die door een Staat wordt afgelegd wanneer deze een verdrag ondertekent, bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt of ertoe toetreedt of een verklaring van voortgezette gebondenheid met betrekking tot een verdrag aflegt, waarmee deze Staat beoogt het rechtsgevolg van zekere bepalingen van het verdrag in de toepassing daarvan met betrekking tot deze Staat uit te sluiten of te wijzigen,
„verdragsluitende Staat”: een Staat die heeft ingestemd door een verdrag gebonden te worden, ongeacht of het verdrag in werking is getreden;
„partij”: een Staat die heeft ingestemd door een verdrag gebonden te worden en waarvoor het verdrag in werking is getreden;
„andere Staat partij bij het verdrag”: met betrekking tot een Opvolgerstaat een partij, niet zijnde de Voorgangerstaat, bij een verdrag dat van kracht is op de datum van statenopvolging ten aanzien van het gebied waarop de statenopvolging betrekking heeft;
„internationale organisatie”: een intergouvernementele organisatie;
**2.** De bepalingen van het eerste lid betreffende de in dit Verdrag gebruikte termen laten het gebruik van deze termen of de daaraan gehechte betekenis in het interne recht van elke Staat onverlet.
DEEL I
Artikel 2
Gebruikte termen
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht