Naar hoofdinhoud

Deel III › AFDELING 3

Artikel 26

Beëindiging, opschorting van de werking of wijziging van het verdrag tussen de Opvolgerstaat en de andere Staat partij bij het verdrag

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Wanneer ingevolge artikel 24 een verdrag wordt geacht van kracht te zijn tussen een nieuw-onafhankelijke Staat en de andere Staat partij bij het verdrag: houdt het verdrag niet op tussen hen van kracht te zijn wegens het enkele feit dat het daarna is beëindigd tussen de Voorgangerstaat en de andere Staat partij bij het verdrag; wordt de werking van het verdrag tussen hen niet opgeschort wegens het enkele feit dat de werking ervan tussen de Voorgangerstaat en de andere Staat partij bij het verdrag is opgeschort; wordt het verdrag tussen hen niet gewijzigd wegens het enkele feit dat het daarna is gewijzigd tussen de Voorgangerstaat en de andere Staat partij bij het verdrag. 2. Het feit dat een verdrag is beëindigd of, al naar gelang het geval, de werking ervan is opgeschort tussen de Voorgangerstaat en de andere Staat partij bij het verdrag na de datum van de statenopvolging verhindert niet dat het verdrag wordt geacht van kracht te zijn of, al naar gelang het geval, in werking te zijn tussen de nieuw-onafhankelijke Staat en de andere Staat partij bij het verdrag, indien in overeenstemming met artikel 24 vaststaat dat zij zulks zijn overeengekomen. 3. Het feit dat een verdrag gewijzigd is tussen de Voorgangerstaat en de andere Staat partij bij het verdrag na de datum van de statenopvolging verhindert niet dat het ongewijzigde verdrag ingevolge artikel 24 wordt geacht van kracht te zijn tussen de nieuw-onafhankelijke Staat en de andere Staat partij bij het verdrag, tenzij vaststaat dat zij voornemens waren het verdrag, zoals gewijzigd, tussen hen toe te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel