Naar hoofdinhoud

Deel III › AFDELING 4

Artikel 29

Beëindiging van voorlopige toepassing

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Tenzij het verdrag anders bepaalt of anderszins is overeengekomen, kan de voorlopige toepassing van een multilateraal verdrag ingevolge artikel 27 worden beëindigd: door middel van een met inachtneming van een redelijke termijn gegeven kennisgeving van beëindiging door de nieuw-onafhankelijke Staat of de partij bij het verdrag of de verdragsluitende Staat die het verdrag voorlopig toepast, en door het verstrijken van de termijn; of in het geval een verdrag in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, door middel van een met inachtneming van een redelijke termijn gegeven kennisgeving van beëindiging door de nieuw-onafhankelijke Staat of alle partijen bij het verdrag of, al naar gelang het geval, alle verdragsluitende Staten, en door het verstrijken van de termijn. 2. Tenzij het verdrag anders bepaalt of anderszins is overeengekomen, kan de voorlopige toepassing van een bilateraal verdrag ingevolge artikel 28 worden beëindigd door middel van een met inachtneming van een redelijke termijn gegeven kennisgeving van beëindiging door de nieuw-onafhankelijke Staat of de andere daarbij betrokken Staat, en door het verstrijken van de termijn. 3. Tenzij het verdrag in een kortere termijn voorziet voor de beëindiging of anderszins is overeengekomen, wordt onder een redelijke termijn verstaan een termijn van twaalf maanden te rekenen van de datum waarop de kennisgeving is ontvangen door de andere Staat of Staten die het verdrag voorlopig toepassen. 4. Tenzij het verdrag anders bepaald of anderszins is overeengekomen, wordt de voorlopige toepassing van een multilateraal verdrag ingevolge artikel 27 beëindigd, indien de nieuw-onafhankelijke Staat kennis geeft van zijn voornemen geen partij bij het verdrag te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel