Naar hoofdinhoud

Deel IV

Artikel 38

Kennisgevingen

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Elke kennisgeving overeenkomstig artikel 31, 32 of 36 dient schriftelijk te geschieden. 2. Indien de kennisgeving niet is ondertekend door het Staatshoofd, het Regeringshoofd of de Minister van Buitenlandse Zaken, kan de vertegenwoordiger van de Staat die het overbrengt worden verzocht zijn volmacht te tonen. 3. Tenzij het verdrag anders bepaalt, wordt de kennisgeving: door de Opvolgerstaat overgebracht aan de depositaris of, indien er geen depositaris is, aan de partijen of de verdragsluitende Staten; geacht door de Opvolgerstaat te zijn gedaan op de datum waarop zij door de depositaris is ontvangen of, indien er geen depositaris is, op de datum waarop zij is ontvangen door alle partijen of, al naar gelang het geval, door alle verdragsluitende Staten. 4. Het derde lid tast geen enkele verplichting aan die de depositaris kan hebben, overeenkomstig het verdrag of anderszins, om de partijen of de verdragsluitende Staten in kennis te stellen van de kennisgeving van of van een mededeling door de Opvolgerstaat in verband daarmee is gedaan. 5. Behoudens de bepalingen van het verdrag wordt deze kennisgeving of mededeling slechts geacht te zijn ontvangen door de Staat waarvoor zij is bestemd, wanneer deze Staat door de depositaris is ingelicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel