Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 7

Toepassing van dit Verdrag met betrekking tot de tijd

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Behoudens de toepassing van elk van de in dit Verdrag vervatte regels waaraan de gevolgen van statenopvolging onafhankelijk van dit Verdrag zouden zijn onderworpen krachtens het volkenrecht, is dit Verdrag uitsluitend van toepassing met betrekking tot statenopvolging die heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van dit Verdrag, tenzij anders is overeengekomen. 2. Een Opvolgerstaat kan, op het tijdstip waarop deze zijn instemming om door dit Verdrag gebonden te worden tot uitdrukking brengt, of op een later tijdstip, verklaren de bepalingen van het Verdrag te zullen toepassen op zijn eigen statenopvolging die heeft plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag in relatie tot elke andere verdragsluitende Staat of Staat partij bij dit Verdrag die een verklaring aflegt, waarin de verklaring van de Opvolgerstaat wordt aanvaard. Bij de inwerkingtreding van dit Verdrag tussen de Staten die die verklaringen hebben afgelegd, of bij het afleggen van de verklaring van aanvaarding, welke hiervan het laatst plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op de gevolgen van de statenopvolging met ingang van de datum van die statenopvolging. 3. Een Opvolgerstaat kan, op het tijdstip van ondertekening of van het tot uitdrukking brengen van zijn instemming door dit Verdrag gebonden te worden, verklaren de bepalingen van dit Verdrag voorlopig te zullen toepassen met betrekking tot zijn eigen statenopvolging die heeft plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag in relatie tot elke andere ondertekenende of verdragsluitende Staat die verklaart de verklaring van de Opvolgerstaat te aanvaarden; bij het afleggen van de verklaring van aanvaarding zijn die bepalingen tussen die beide Staten voorlopig van toepassing op de gevolgen van de statenopvolging met ingang van de datum van de statenopvolging. 4. Elke verklaring die in overeenstemming met het tweede of derde lid wordt afgelegd, dient vervat te zijn in een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris, die de Partijen en de Staten die gerechtigd zijn Partij bij dit Verdrag te worden, in kennis stelt van de hem toegezonden mededeling en van de termen ervan.

Rechtspraak bij dit artikel