Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juli 1984

1. Elke Staat die Partij is bij deze Overeenkomst mag zich ervan overtuigen dat de activiteiten van andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst met betrekking tot het onderzoek en gebruik van de maan verenigbaar zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst. Daartoe staan alle ruimtevoertuigen, uitrusting, voorzieningen, stations en installaties op de maan open voor andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst. Deze Staten geven een redelijke tijd van tevoren kennis van een voorgenomen bezoek, opdat passend overleg kan plaatsvinden en maximale voorzorgsmaatregelen kunnen worden genomen om de veiligheid te verzekeren en verstoring van de gewone werkzaamheden in het te bezoeken object te vermijden. Ter uitvoering van dit artikel kan een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, zelf handelen of geheel of gedeeltelijk met hulp van een andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst of door middel van passende internationale procedures binnen het kader van de Verenigde Naties en in overeenstemming met het Handvest. 2. Een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die op goede gronden meent dat een andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst niet voldoet aan de verplichtingen die uit deze Overeenkomst voor hem voortvloeien, of dat een andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst inbreuk maakt op de rechten die de eerstgenoemde Staat krachtens deze Overeenkomst heeft, kan deze Staat verzoeken daarover in overleg te treden. Een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die een zodanig verzoek heeft ontvangen, gaat onverwijld een zodanig overleg aan. Elke andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die zulks verzoekt, heeft het recht aan dit overleg deel te nemen. Elke Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die deelneemt aan dit overleg, streeft naar een wederzijds aanvaardbare oplossing van elk geschil en houdt rekening met de rechten en belangen van alle Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt in kennis gesteld van de resultaten van het overleg en zendt de ontvangen inlichtingen door aan alle betrokken Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst. 3. Indien het overleg niet leidt tot een wederzijds aanvaardbare regeling waarin naar behoren rekening is gehouden met de rechten en belangen van alle Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, treffen de betrokken partijen alle vereiste maatregelen om het geschil te regelen met andere vreedzame middelen naar eigen keuze en aangepast aan de omstandigheden en de aard van het geschil. Indien zich moeilijkheden voordoen in verband met het aangaan van het overleg of indien het overleg niet leidt tot een wederzijds aanvaardbare regeling, kan een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, zonder voorafgaande toestemming van enige andere daarbij betrokken Staat die Partij is bij deze Overeenkomst de hulp inroepen van de Secretaris-Generaal ten einde het geschil op te lossen. Een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt met de andere bij het geschil betrokken Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, neemt naar verkiezing zelf deel aan dit overleg of doet zulks door tussenkomst van een andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst of van de Secretaris-Generaal.

Rechtspraak bij dit artikel