Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juli 1984

1. Alle Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, hebben, zonder enig onderscheid, op voet van gelijkheid en in overeenstemming met het volkenrecht, de vrijheid wetenschappelijk onderzoek op de maan te verrichten. 2. Bij de uitvoering van wetenschappelijke onderzoekingen krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst hebben de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, het recht monsters te nemen van minerale en andere stoffen op de maan en deze mee te nemen. Deze monsters blijven ter beschikking van die Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en die deze hebben laten nemen, en mogen door deze Staten voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, houden rekening met de wenselijkheid een deel van deze monsters ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek ter beschikking te stellen van andere belangstellende Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, alsmede van de internationale wetenschappelijke gemeenschap. De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, mogen tijdens de wetenschappelijke onderzoekingen ook hoeveelheden minerale en andere stoffen van de maan gebruiken voor zover dienstig voor hun vluchten. 3. De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, zijn het eens over de wenselijkheid, voor zover zulks ook maar enigszins mogelijk en uitvoerbaar is, wetenschappelijk en ander personeel uit te wisselen bij expedities naar of in installaties op de maan.

Rechtspraak bij dit artikel