**1.** Iedere Overeenkomstsluitende Partij draagt er zorg voor dat, wanneer een landbouwer zijn bedrijf beëindigt op door de Overeenkomstsluitende Partij te bepalen structurele of andere gronden, passende maatregelen worden getroffen ten behoeve van hem, de leden van zijn gezin en, zo nodig, zijn bezoldigd personeel.
Deze maatregelen omvatten:
het treffen van voorzieningen om hen in staat te stellen een nieuwe werkkring te vinden, bij voorkeur in hun eigen streek, in het bijzonder voorzieningen inzake beroepskeuzevoorlichting, opleiding en herscholing;
het toekennen van tijdelijke toelagen om hen in staat te stellen zich voor te bereiden op andere werkzaamheden;
het handhaven van verkregen rechten en van binnen afzienbare tijd te verkrijgen rechten met betrekking tot de sociale verzekering;
het uitkeren van een billijke schadeloosstelling of van passende vergoedingen aan een landbouwer die op grond van zijn leeftijd niet gemakkelijk aan werkzaamheden van andere aard kan beginnen, mits de opheffing van zijn bedrijf bijdraagt tot structurele verbetering.
**2.** In de zin van dit artikel mag beëindiging van een bedrijf niet zo worden opgevat dat voor de landbouwer de mogelijkheid wordt uitgesloten om een stuk grond van beperkte afmetingen voor eigen gebruik te behouden.
**3.** Iedere Overeenkomstsluitende Partij draagt er zorg voor dat, wanneer een landbouwer zijn bedrijf slechts gedeeltelijk beëindigt op door de Overeenkomstsluitende Partij te bepalen structurele of andere gronden, passende maatregelen als bedoeld onder de letters a., b. en c. van het eerste lid van dit artikel, naar behoren aangepast aan de behoeften, worden getroffen ten behoeve van hem, de leden van zijn gezin en, zo nodig, zijn bezoldigd personeel.
DEEL II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Europese Overeenkomst inzake de sociale bescherming van landbouwers· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 12 augustus 1979