Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden als „natuurlijk erfgoed” beschouwd:
door de natuur gevormde monumenten bestaande uit fysische en biologische formaties of groepen daarvan die uit esthetisch of wetenschappelijk oogpunt van uitzonderlijke universele waarde zijn;
geologische en fysiografische formaties en strikt begrensde zones, de habitat vormende van bedreigde dier- en plantesoorten die uit een oogpunt van wetenschap of natuurbehoud van uitzonderlijke universele waarde zijn;
strikt begrensde natuurlijke streken of zones die uit een oogpunt van wetenschap, natuurbehoud of natuurlijke schoonheid van uitzonderlijke universele waarde zijn.
Hoofdstuk I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 26 november 1992