Ten einde te waarborgen dat doeltreffende en daadwerkelijke maatregelen worden genomen voor de bescherming, het behoud en het toegankelijk maken van het op zijn grondgebied gelegen cultureel en natuurlijk erfgoed dient elke Staat die partij is bij deze Overeenkomst zoveel mogelijk en voor zover de situatie in het land zulks toelaat te streven naar:
het vaststellen van een algemeen beleid, gericht op het aan het cultureel en natuurlijk erfgoed geven van een functie in het leven van de gemeenschap, en naar het integreren van de bescherming van dat erfgoed in de programma's voor algemene planning;
het instellen op zijn grondgebied van een of meer diensten - voorzover zij nog niet bestaan - voor de bescherming, het behoud en het toegankelijk maken van het cultureel en natuurlijk erfgoed, voorzien van deskundig personeel en beschikkende over de middelen ter uitvoering van hun taak;
het doen verrichten van wetenschappelijke en technische studies en research en het doen uitwerken van de operationele methoden die de Staat in staat zullen stellen het hoofd te bieden aan gevaren die zijn cultureel en natuurlijk erfgoed bedreigen;
het nemen van ter zake dienende wettelijke, wetenschappelijke, technische, bestuurlijke en financiële maatregelen die nodig zijn voor de identificatie, de bescherming, het behoud, het toegankelijk maken van en het geven van een nieuwe bestemming aan dit erfgoed; en
het bevorderen van de oprichting of de ontwikkeling van nationale en regionale centra voor opleiding in de bescherming, het behoud en het toegankelijk maken van het cultureel en natuurlijk erfgoed en het aanmoedigen van het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 26 november 1992