**1.** De zittingsperiode van Staten die lid zijn van de Commissie voor het Werelderfgoed loopt van het einde van de gewone zitting van de Algemene Vergadering tijdens welke zij zijn gekozen tot en met het einde van de derde daarop volgende gewone zitting.
**2.** De zittingsperiode van een derde van de tijdens de eerste verkiezing aangewezen leden eindigt evenwel aan het slot van de eerste gewone zitting van de Algemene Vergadering volgende op die waarin zij werden gekozen; de zittingsperiode van een ander derde van de op hetzelfde tijdstip aangewezen leden eindigt aan het slot van de tweede gewone zitting van de Algemene Vergadering volgende op die waarin zij werden gekozen. De namen van deze leden worden door middel van loting aangewezen door de Voorzitter van de Algemene Vergadering van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur na de eerste verkiezing.
**3.** Staten die lid zijn van de Commissie wijzen als hun vertegenwoordigers personen aan die deskundig zijn op het gebied van het cultureel en natuurlijk erfgoed.
Hoofdstuk III
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 26 november 1992