Naar hoofdinhoud
1. De krachtens de associatieovereenkomst voorgeschreven verlagingen van douanerechten en heffingen van gelijke werking worden vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige protocol in de nieuwe Lid-Staten toegepast overeenkomstig het voorgeschreven tijdschema en de voorgeschreven percentages. De rechten voortvloeiende uit de toepassing van deze verlagingen mogen echter wat de bijlagen No. 2 en No. 6 van het aanvullend protocol betreft in geen geval lager zijn dan de door de nieuwe Lid-Staten ten opzichte van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling toegepaste rechten. 2. In afwijking van lid 1 mogen door Ierland ten opzichte van Turkije, tot en met 31 december 1975, voor de produkten genoemd in bijlage I douanerechten worden toegepast die gelijk zijn aan de rechten toegepast ten opzichte van andere Lid-Staten dan het Verenigd Koninkrijk. 3. De rechten op basis waarvan de nieuwe Lid-Staten ten opzichte van Turkije de verlagingen overeenkomstig lid 1 toepassen, zijn die welke zij telkens ten opzichte van derde landen toepassen. 4. In afwijking van de voorgaande leden mogen de nieuwe Lid-Staten, ingeval de toepassing daarvan kan leiden tot tariefbewegingen welke tijdelijk afwijken van de aanpassing aan het eindrecht, hun rechten handhaven tot het ogenblik waarop het niveau van deze rechten is bereikt in het kader van de aanpassing aan het eindrecht dan wel, in voorkomend geval, het recht toepassen dat uit een latere aanpassing voortvloeit, zodra deze aanpassing genoemd niveau bereikt of overschrijdt.

Rechtspraak bij dit artikel