**1.** Dit Verdrag is van toepassing op het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen en slachten van huisdieren, behorende tot de volgende soorten: eenhoevigen, herkauwers, varkens, konijnen en gevogelte.
**2.** Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
Slachthuis: Elke plaats die onder sanitaire controle staat en die is bestemd voor het beroepsmatig slachten van dieren voor het verkrijgen van vlees bestemd voor menselijke consumptie of voor het doden van dieren om andere redenen;
Verplaatsen: Het uitladen van dieren of het drijven van deze dieren van de losplaatsen, of van de stallen of hokken behorende bij het slachthuis naar de ruimten of plaatsen waar zij zullen worden geslacht;
Onderbrengen: Het houden en het op passende wijze verzorgen (water, voedsel, rust) van dieren in stallen, hokken of overdekte plaatsen bij het slachthuis voordat zij worden geslacht;
Fixeren: Het toepassen op een dier van iedere methode die in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag en die erop is gericht de bewegingen van het dier te beperken ten einde het bedwelmen en het slachten te vergemakkelijken;
Bedwelmen: Iedere methode die in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag die, bij toepassing op een dier, dit dier in een staat van bewusteloosheid brengt die aanhoudt tot het intreden van de dood. Bij het bedwelmen moet in ieder geval elk onnodig lijden van de dieren worden vermeden;
Slachten: Het doden van een dier na het kluisteren, bedwelmen en verbloeden, behoudens de uitzonderingen, bedoeld in hoofdstuk III van dit Verdrag.
HOOFDSTUK I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Europees Verdrag inzake de bescherming van slachtdieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 december 1986