**1.** De dieren moeten worden beschermd tegen ongunstige weersomstandigheden. De slachthuizen moeten beschikken over voldoende stallen en hokken om de dieren te beschermen tegen slechte weersomstandigheden.
**2.** De vloer van de plaatsen waar de dieren worden uitgeladen, waarover zij worden verplaatst, waar zij moeten wachten of waar zij worden ondergebracht, mag niet glad zijn en moet kunnen worden gereinigd en gedesinfecteerd en vloeistoffen moeten volledig kunnen worden afgevoerd.
**3.** De slachthuizen moeten over overdekte ruimten beschikken met voer- en drinkbakken en voorzieningen voor het vastbinden van de dieren.
**4.** Dieren die de nacht in het slachthuis moeten doorbrengen, moeten worden ondergebracht en, indien nodig, worden vastgebonden op zodanige wijze dat zij kunnen gaan liggen.
**5.** Dieren die zich vanwege hun soort, geslacht, leeftijd of herkomst van nature onderling vijandig gedragen, moeten gescheiden worden gehouden.
**6.** Dieren die zijn vervoerd in kooien, manden of kisten, moeten zo spoedig mogelijk worden geslacht; zo niet dan moeten zij worden gedrenkt en gevoederd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.
**7.** Indien de dieren zijn blootgesteld aan hoge temperaturen bij vochtig weer, moet er voor afkoeling worden gezorgd.
**8.** Wanneer de weersomstandigheden zulks vereisen (bijvoorbeeld bij grote vochtigheid, lage temperaturen), moeten de dieren worden gestald. De stallen moeten zijn voorzien van goede ventilatie. Tijdens het voederen, moeten de stallen voldoende verlicht zijn.
Afdeling II
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Europees Verdrag inzake de bescherming van slachtdieren· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 december 1986