Naar hoofdinhoud
Behoudens paragraaf 11.01 (b), wordt ieder geschil tussen de Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst of enige aanvullende of parallel lopende overeenkomst (uitgezonderd de in de paragrafen 3.02, 3.03, 3.04 en 3.05 bedoelde overeenkomsten), dat niet binnen een redelijke tijd kan worden opgelost door overeenstemming tussen die Partijen, op verzoek van een van hen beslist door de beheerder. Indien de beheerder weigert of nalaat een dergelijke beslissing te nemen of indien hij partij is bij het geschil, kan elk der partijen bij het geschil dit voorleggen aan een door de partijen bij het geschil gekozen scheidsman of, ingeval een dergelijke scheidsman niet binnen een redelijke tijd wordt gekozen, aan een door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties benoemde scheidsman. De beslissing van de beheerder of de scheidsman, al naar gelang het geval is, is bindend en wordt door alle Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden grondwettelijke procedures nageleefd.

Rechtspraak bij dit artikel