Geen persoon of onderneming die na 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, na de datum van hun toetreding, akkoorden of overeenkomsten met een derde Staat, een internationale organisatie of een onderdaan van een derde Staat sluit of verlengt, kan zich op deze akkoorden of overeenkomsten beroepen ten einde zich te onttrekken aan de hun door dit Verdrag opgelegde verplichtingen.
Iedere Lid-Staat neemt alle maatregelen welke hij noodzakelijk oordeelt om aan de Commissie, op haar verzoek, mededeling te doen van alle inlichtingen betreffende de akkoorden of overeenkomsten die na de in de voorgaande alinea bedoelde data en binnen de werkingssfeer van dit Verdrag door enige persoon of onderneming zijn gesloten met een derde Staat, een internationale organisatie of een onderdaan van een derde Staat. De Commissie kan deze mededeling uitsluitend verlangen om na te gaan of deze akkoorden of overeenkomsten geen clausules bevatten welke een beletsel vormen voor de toepassing van dit Verdrag.
Op verzoek van de Commissie spreekt het Hof van Justitie van de Europese Unie zich uit over de verenigbaarheid van deze akkoorden of overeenkomsten met de bepalingen van dit Verdrag.
TITEL TWEEDE › HOOFDSTUK X
Artikel 104
Artikel 104
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM)· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2009