Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VII

Artikel 27

Toetreding

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 9 januari 2010

1. Tot dit verdrag kunnen staten toetreden die geen lid zijn van de UNESCO, maar wel van de Verenigde Naties of van één van haar gespecialiseerde instellingen, en die door de Algemene Conferentie van de UNESCO tot toetreding worden uitgenodigd. 2. Tot dit verdrag kunnen eveneens gebieden toetreden die een door de Verenigde Naties als dusdanig erkende volledige interne autonomie genieten, maar niet volledig onafhankelijk zijn overeenkomstig Resolutie 1514 (XV) van de Algemene Vergadering, en die bevoegd zijn voor de aangelegenheden die in dit verdrag worden geregeld, alsook om over deze aangelegenheden verdragen te sluiten. 3. De volgende bepalingen zijn van toepassing op de organisaties voor regionale economische integratie: tot dit verdrag kan eveneens elke organisatie voor regionale economische integratie toetreden die, onder voorbehoud van het onderstaande, net als de staten die er partij bij zijn volledig gebonden is door dit verdrag; wanneer één of meer lidstaten van een dergelijke organisatie ook partij zijn bij het verdrag, stellen die organisatie of die lidstaat/lidstaten hun verantwoordelijkheid bij het nakomen van hun verplichtingen krachtens dit verdrag vast. Deze verdeling van de verantwoordelijkheid wordt van kracht wanneer de onder c) beschreven kennisgevingsprocedure is voltooid. De organisatie en de lidstaten zijn niet gemachtigd om de uit dit verdrag voortvloeiende rechten tegelijkertijd uit te oefenen. Voorts beschikken de organisaties voor regionale economische integratie op hun bevoegdheidsgebieden voor de uitoefening van hun stemrecht over evenveel stemmen als er lidstaten van hun organisatie partij zijn bij dit verdrag. Deze organisaties maken geen gebruik van hun stemrecht wanneer hun lidstaten dat wel doen, en omgekeerd; een organisatie voor regionale economische integratie en haar lidstaat of lidstaten die overeenkomstig punt b) een verdeling van de verantwoordelijkheid zijn overeengekomen, lichten de partijen op de volgende wijze over deze verdeling van de verantwoordelijkheid in: in haar akte van toetreding vermeldt deze organisatie precies hoe de verantwoordelijkheden met betrekking tot de aangelegenheden die in het verdrag worden geregeld, zijn verdeeld; wanneer de respectieve verantwoordelijkheden nadien worden gewijzigd, licht de organisatie voor regionale economische integratie de depositaris in over elk voorstel om deze verantwoordelijkheden te wijzigen; de depositaris licht op zijn beurt de partijen over deze wijziging in; de lidstaten van een organisatie voor regionale economische integratie die partij worden bij het verdrag, worden geacht bevoegd te blijven voor alle gebieden waarvoor er geen uitdrukkelijk aan de depositaris gemelde of gesignaleerde bevoegdheidsoverdracht aan de organisatie heeft plaatsgevonden; onder „organisatie voor regionale economische integratie’’ wordt een organisatie verstaan die bestaat uit soevereine staten die lid zijn van de Verenigde Naties of van één van haar gespecialiseerde instellingen, waaraan deze staten hun bevoegdheid op gebieden die onder dit verdrag vallen hebben overgedragen, en waaraan volgens haar interne procedures toestemming is verleend om partij te worden bij dit verdrag. 4. De akte van toetreding wordt bij de directeur-generaal van de UNESCO nedergelegd.

Rechtspraak bij dit artikel