De grondbeginselen van dit Verdrag zijn:
Respect voor de inherente waardigheid, persoonlijke autonomie, met inbegrip van de vrijheid zelf keuzes te maken en de onafhankelijkheid van personen;
Non-discriminatie;
Volledige en daadwerkelijke participatie in, en opname in de samenleving;
Respect voor verschillen en aanvaarding dat personen met een handicap deel uitmaken van de mensheid en menselijke diversiteit;
Gelijke kansen;
Toegankelijkheid;
Gelijkheid van man en vrouw;
Respect voor de zich ontwikkelende capaciteiten van kinderen met een handicap en eerbiediging van het recht van kinderen met een handicap op het behoud van hun eigen identiteit.
Artikel 3
Algemene beginselen
Onderdeel van Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 juli 2016