**1.** Indien de persoon om wiens uitlevering wordt verzocht, door de aangezochte staat voorlopig is aangehouden, kan de verzoekende staat voldoen aan de verplichting om zijn uitleveringsverzoek en de stukken tot staving daarvan langs diplomatieke weg overeenkomstig artikel 5, lid 1, toe te zenden door in de verzoekende staat het verzoek en de stukken over te leggen aan de ambassade van de aangezochte staat. In dat geval wordt met het oog op de termijn die uit hoofde van het toepasselijke uitleveringsverdrag in acht moet worden genomen om de persoon in hechtenis te kunnen houden, de datum van ontvangst van het verzoek door de ambassade beschouwd als de datum van ontvangst ervan door de aangezochte staat.
**2.** Indien een lidstaat op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst, ten gevolge van vaste jurisprudentie van zijn op die datum toepasselijke interne rechtssysteem, de in lid 1 bedoelde maatregelen niet kan nemen, is dit artikel niet op hem van toepassing zolang die lidstaat en de Verenigde Staten van Amerika niet in een diplomatieke-notawisseling anderszins overeenkomen.
Artikel 7
Toezending van stukken na voorlopige aanhouding
Onderdeel van Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 2010