Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 10

Algemene Vergadering

Onderdeel van Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening· Intellectuele eigendom

Deze tekst geldt sinds 2 juli 1987

1. De Algemene Vergadering bestaat uit de Verdragsluitende Staten. Elke Verdragsluitende Staat wordt vertegenwoordigd door één afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen. Elke intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom wordt door bijzondere waarnemers vertegenwoordigd in de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en eventuele door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen. Elke Staat die geen lid is van de Unie, maar wel lid is van de Organisatie of van de Internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), alsmede elke intergouvernementele organisatie die zich op het gebied van octrooien heeft gespecialiseerd, niet zijnde een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom zoals in artikel 2, onder (v), omschreven, kan door waarnemers worden vertegenwoordigd in de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en, indien de Algemene Vergadering daartoe besluit, in de bijeenkomsten van een door de Algemene Vergadering ingestelde commissie of werkgroep. 2. De Algemene Vergadering: behandelt alle aangelegenheden betreffende de instandhouding en ontwikkeling van de Unie en de uitvoering van dit Verdrag; oefent zodanige rechten uit en verricht zodanige taken als haar ingevolge dit Verdrag in het bijzonder worden verleend of toegewezen; geeft aanwijzingen aan de Directeur-Generaal inzake de voorbereidingen van de herzieningsconferenties; bestuurt en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de Unie en verstrekt hem alle nodige richtlijnen inzake aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van de Unie vallen; stelt de commissies en werkgroepen in die haar dienstig lijken om het werk van de Unie te vergemakkelijken; beslist, behoudens het bepaalde in het eerste lid, letter (d), welke andere Staten dan Verdragsluitende Staten, welke andere intergouvernementele organisaties dan intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom, zoals in artikel 2, onder (v), omschreven, en welke internationale niet-gouvernementele organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen worden toegelaten en in hoeverre internationale depositarissen als waarnemers worden toegelaten tot haar vergaderingen; neemt alle andere passende maatregelen ter bevordering van de doeleinden van de Unie; verricht alle overige taken die dienstig zijn in het kader van dit Verdrag. Met betrekking tot aangelegenheden die ook voor andere, door de Organisatie beheerde, Unies van belang zijn, beslist de Algemene Vergadering, na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben gehoord. 3. Een afgevaardigde kan slechts één Staat vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen. 4. Iedere Verdragsluitende Staat heeft één stem. 5. Het quorum wordt gevormd door de helft van de Verdragsluitende Staten. Bij gebreke van het quorum kunnen door de Algemene Vergadering besluiten worden genomen, met dien verstande echter dat, met uitzondering van besluiten die haar eigen procedure betreffen, zulke besluiten eerst van kracht worden, indien het quorum en de vereiste meerderheid zijn verkregen door middel van stemming langs schriftelijke weg, zoals in het Uitvoeringsreglement is bepaald. 6. Behoudens het bepaalde in de artikelen 8, eerste lid, letter (c), 12, vierde lid en 14, tweede lid, letter (b), is voor de besluiten van de Algemene Vergadering een meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Onthouding geldt niet als stem. 7. De Algemene Vergadering komt éénmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, bij voorkeur in hetzelfde tijdvak en op dezelfde plaats als de Algemene Vergadering van de Organisatie. De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, hetzij op diens eigen initiatief of op verzoek van een vierde van de Verdragsluitende Staten. 8. De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast. De wijziging is in werking getreden op 24 mei 1984 (Trb. 1984/54).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel