In deze overeenkomst wordt verstaan onder:
„Overeenkomst”: de onderhavige overeenkomst, met inbegrip van de Bijlage, en wijzigingen daarvan, maar met uitsluiting van alle opschriften boven de artikelen, op 20 augustus 1971 te Washington opengesteld voor ondertekening door de Regeringen, waarbij de Internationale Organisatie voor Telecommunicatiesatellieten wordt opgericht;
„Ruimtesector”: de telecommunicatiesatellieten, alsmede de voor het doen functioneren daarvan benodigde installaties en uitrusting ten dienste van de plaatsbepaling, de telemetrie, het besturen, het controleren, het bewaken en soortgelijke faciliteiten;
„Telecommunicatie”: elke overbrenging, uitzending of ontvangst van tekens, signalen, schrift, beelden en geluiden of informatie van welke aard ook door middel van de draad- of radiosystemen, optische of andere elektromagnetische systemen;
„Onderneming”: het private orgaan dat of de private organen die ingevolge het recht van een of meerdere staten wordt of worden opgericht en aan welke het ruimtesysteem van de Internationale Organisatie voor Telecommunicatiesatellieten wordt overgedragen en welke hun rechtsopvolgers omvat;
„Op commerciële basis”: in overeenstemming met de gebruiken en praktijken in de telecommunicatie-industrie;
„Openbare telecommunicatiediensten”: vaste of mobiele telecommunicatiediensten, waarin met behulp van een satelliet kan worden voorzien en die voor gebruik door het publiek zijn opengesteld, zoals telefonie, telegrafie, telex, facsimile, datatransmissie, overbrenging van radio- en televisieprogramma’s tussen goedgekeurde grondstations die toegang hebben tot de ruimtesector van de Onderneming voor verdere overbrenging naar het publiek en huurlijnen voor deze doeleinden; echter met uitzondering van die mobiele diensten waarin onder de Voorlopige Overeenkomst en de Bijzondere Overeenkomst, voorafgaande aan de openstelling voor ondertekening van deze Overeenkomst niet voorzien is en die worden onderhouden door middel van mobiele stations die in rechtstreekse verbinding staan met een satelliet welke geheel of gedeeltelijk is ingericht voor het leveren van diensten met betrekking tot de veiligheid van of de controle op vliegtuigen of met betrekking tot de luchtvaart of de maritieme radionavigatie;
„Voorlopige Overeenkomst”: de Overeenkomst tot vaststelling van een voorlopige regeling voor een mondiaal commercieel systeem van communicatiesatellieten, op 20 augustus 1964 te Washington door de Regeringen ondertekend;
„Lifeline Connectivity Obligation” of „LCO”: de in het LCO-contract vervatte verplichting van de Onderneming om ononderbroken telecommunicatiediensten aan de LCO-cliënt te verstrekken;
„Bijzondere Overeenkomst”: de op 20 augustus 1964 te Washington door de Regeringen of door Regeringen aangewezen organen voor telecommunicatie ingevolge de bepalingen van de Voorlopige Overeenkomst ondertekende Overeenkomst;
„Algemene Dienstenovereenkomst”: het juridisch bindende instrument via welk ITSO waarborgt dat de Onderneming de Grondbeginselen naleeft;
„Grondbeginselen”: de in artikel III vervatte beginselen;
„Gemeenschappelijk Erfgoed”: die met baanlocaties samenhangende frequentietoewijzingen die zich bevinden in een vergevorderd stadium van publicatie of coördinatie of die zijn geregistreerd namens de Partijen bij de Internationale Telecommunicatie-Unie („ITU”), in overeenstemming met de in het ITU-Radioreglement vervatte bepalingen, welke ingevolge artikel XII aan een of meerdere Partijen worden overgedragen;
„Mondiale dekking”: de maximale geografische dekking van de aarde naar de meest noordelijke en zuidelijke breedtecirkels die zichtbaar zijn vanaf in geostationaire baanlocaties geplaatste satellieten;
„Mondiale verbinding”: mogelijkheden tot onderlinge verbinding die voor de cliënten van de Onderneming beschikbaar zijn via de mondiale dekking die de Onderneming verzorgt teneinde communicatie mogelijk te maken binnen en tussen de vijf ITU-regio’s zoals omschreven door de in 1965 te Montreux gehouden plenipotentiaire conferentie van de Internationale Telecommunicatie-Unie;
„Non-discriminatoire toegang”: eerlijke en gelijke gelegenheid tot toegang tot het systeem van de Onderneming;
„Partij”: een Staat waarvoor de Overeenkomst in werking is getreden of voorlopig wordt toegepast;
„Eigendom”: mede elk voorwerp van welke aard ook, waaraan een recht op eigendom, dan wel enig contractueel recht kan zijn verbonden;
„LCO-cliënten”: alle cliënten die in aanmerking komen voor en die LCO-contracten sluiten; en
„Administratie”: een regeringsafdeling of -instantie verantwoordelijk voor de naleving van de verplichtingen die zijn afgeleid van het Statuut van de Internationale Telecommunicatie-Unie, het Verdrag van de Internationale Telecommunicatie-Unie, en de Administratieve Voorschriften hiervan.
Artikel I
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Overeenkomst inzake de Internationale Organisatie voor Telecommunicatiesatellieten· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 30 november 2004