De Maritieme Veiligheidscommissie bestudeert alle aangelegenheden binnen het werkterrein van de Organisatie, die betrekking hebben op hulpmiddelen van de navigatie, constructie en uitrusting van schepen, bemanningsaangelegenheden voor zover van belang voor de veiligheid, regels ter voorkoming van aanvaringen, behandeling van gevaarlijke ladingen, regelingen en eisen voor de veiligheid ter zee, hydrografische gegevens, logboeken en navigatierapporten, onderzoek betreffende scheepsrampen, berging en redding, en alle andere aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de veiligheid ter zee.
De Maritieme Veiligheidscommissie neemt de nodige maatregelen om iedere taak te vervullen, die haar door dit Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad is opgedragen of iedere taak binnen de draagwijdte van dit artikel, die haar door of krachtens enige andere internationale overeenkomst mocht zijn opgedragen en die door de Organisatie is aanvaard.
Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25, onderhoudt de Maritieme Veiligheidscommissie, op verzoek van de Algemene Vergadering of de Raad of indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, zodanige nauwe betrekkingen met andere instellingen als bevorderlijk zijn voor de doeleinden van de Organisatie.
Voorheen art. 29.
HOOFDSTUK VII
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 10 november 1984