**1.** Eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten die van toepassing zijn voor beide partijen, vormt de grondslag van het binnenlandse en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
**2.** De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties.
**3.** De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van klimaatverandering aan te pakken en bij te dragen aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
**4.** De partijen herhalen hun gehechtheid aan de Verklaring van Parijs van 2005 inzake de doeltreffendheid van hulp en komen overeen hun samenwerking te versterken om betere resultaten op het gebied van ontwikkeling te verwezenlijken.
**5.** De partijen bevestigen dat zij belang hechten aan de beginselen van goed bestuur, de rechtsstaat, waaronder de onafhankelijkheid van justitie, en corruptiebestrijding.
**6.** Deze partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst wordt ten uitvoer gelegd op basis van de beginselen van gelijkheid en wederzijds voordeel.
Titel I
Artikel 1
Algemene beginselen
Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2014