**1.** De partijen komen overeen dat het noodzakelijk is de natuurlijke rijkdommen en biodiversiteit duurzaam te beschermen en te beheren als basis voor de ontwikkeling van de huidige en toekomstige generaties.
**2.** Bij alle activiteiten die de partijen in het kader van deze overeenkomst ondernemen, wordt rekening gehouden met de resultaten van de wereldtop over duurzame ontwikkeling en met de tenuitvoerlegging van relevante multilaterale milieuverdragen die op beide partijen van toepassing zijn.
**3.** De partijen streven ernaar hun samenwerking binnen regionale programma’s voor milieubescherming voort te zetten, met name wat betreft:
milieuvoorlichting en wetshandhaving;
capaciteitsopbouw op het gebied van klimaatverandering en zuinig energiegebruik, gericht op onderzoek en ontwikkeling, controle en analyse van klimaatverandering en broeikaseffecten, programma’s voor verzachting en aanpassing;
capaciteitsopbouw voor deelname aan en uitvoering van multilaterale milieuverdragen, onder meer op het gebied van biodiversiteit, bioveiligheid en CITES;
bevordering van milieutechnologie, -producten en -diensten, waaronder capaciteitsopbouw voor milieubeheersystemen en milieukeursystemen;
voorkomen van illegaal grensoverschrijdend verkeer van gevaarlijke stoffen, gevaarlijk en ander afval;
kust- en zeemilieu, behoud, tegengaan van vervuiling en schade;
plaatselijke deelname aan milieubescherming en duurzame ontwikkeling;
bodem- en landbeheer;
maatregelen om grensoverschrijdende smog tegen te gaan.
**4.** De partijen moedigen wederzijdse toegang tot elkaars programma’s op dit terrein aan, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze programma’s.
Titel V
Artikel 27
Milieu en natuurlijke hulpbronnen
Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2014