De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij kan een verzoek om samenwerking afwijzen wanneer het duidelijk is dat:
het aantal en de aard van de binnen een bepaalde periode door de verzoekende overeenkomstsluitende partij ingediende verzoeken de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij onevenredig zwaar belasten;
de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen niet eerst een beroep heeft gedaan op alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden had kunnen benutten zonder het verkrijgen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.
TITEL II › HOOFDSTUK 1
Artikel 10
Evenredigheid
Onderdeel van Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden· Strafrecht