Op verzoek van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij oefent de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij voorzover mogelijk toezicht uit op de goederenhandel die in strijd is met de in Artikel 2 bedoelde regelgeving. Dit toezicht kan betrekking hebben op personen ten aanzien van wie gegronde vermoedens bestaan dat zij aan deze illegale activiteiten deelnemen of hebben deelgenomen dan wel dat zij daartoe voorbereidingen hebben getroffen, alsmede op gebouwen, vervoermiddelen en goederen die verband houden met deze activiteiten.
De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.
TITEL II › HOOFDSTUK 2
Artikel 13
Verzoeken tot uitoefening van toezicht
Onderdeel van Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden· Strafrecht