Naar hoofdinhoud
Op verzoek van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij oefent de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij voorzover mogelijk toezicht uit op de goederenhandel die in strijd is met de in Artikel 2 bedoelde regelgeving. Dit toezicht kan betrekking hebben op personen ten aanzien van wie gegronde vermoedens bestaan dat zij aan deze illegale activiteiten deelnemen of hebben deelgenomen dan wel dat zij daartoe voorbereidingen hebben getroffen, alsmede op gebouwen, vervoermiddelen en goederen die verband houden met deze activiteiten. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel