**1.** De lidstaten of de aangewezen aanbieders kunnen onderling overeenkomen deel te nemen aan de navolgende diensten die in de Regelingen worden beschreven:
e-mail, een dienst waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische verzending van de berichten; de aangewezen aanbieders kunnen de e-maildienst verbeteren door een aangetekende e-maildienst aan te bieden, die de eerste e-maildienst aanvult door middel van een bewijs van verzending en een bewijs van aflevering; dit vindt plaats via een beschermde verbinding tussen geauthenticeerde gebruikers;
EMS, een expresse-postdienst bestemd voor documenten en goederen die, voor zover mogelijk, de snelste postale dienst langs fysieke weg vormt; deze dienst kan worden verzorgd op basis van een standaard multilateraal EMS-akkoord of op basis van bilaterale overeenkomsten;
de geïntegreerde logistieke dienst, die volledig beantwoordt aan de behoeften van de clientèle op het gebied van logistiek en die de fasen voor en na de fysieke verzending van de goederen en documenten behelst;
het elektronische certificeringspoststempel, dat op afdoende wijze het bestaan van een elektronisch feit bevestigt, in een bepaalde vorm, op een bepaald moment, en waaraan een of meerdere partijen hebben deelgenomen.
**2.** In onderling overleg mogen de lidstaten of de aangewezen aanbieders een nieuwe vorm van dienstverlening instellen waarin niet uitdrukkelijk door de Akten van de Unie is voorzien. De porten voor de nieuwe dienstverlening worden door elke betrokken aangewezen aanbieder vastgesteld met inachtneming van de exploitatiekosten van de dienstverlening.
DEEL II › HOOFDSTUK 1
Artikel 14
E-mail, EMS, geïntegreerde logistiek en nieuwe diensten
Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 november 2013