Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 1

Artikel 28

Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op poststromen tussen de aangewezen aanbieders van de landen van het doelsysteem

Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 november 2013

1. De vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, maar met uitzondering van M-zakken en CCRI-zendingen, wordt vastgesteld door middel van toepassing van de bedragen per zending en per kilogram die de verwerkingskosten in het land van bestemming weergeven; deze kosten moeten verband houden met de binnenlandse tarieven. De berekening van de bedragen vindt plaats onder de in de Regeling Brievenpost vermelde voorwaarden. 2. De vergoeding voor CCRI-zendingen geschiedt op grond van de desbetreffende bepalingen van de Regeling Brievenpost. 3. De bedragen per zending en per kilogram worden als volgt berekend op basis van een percentage van de heffing voor een prioritaire brief van 20 gram in het binnenlandse stelsel: 70% voor de landen van het doelsysteem vóór 2010 en 100% voor de landen die vanaf 2010 of 2012 tot het doelsysteem toetreden (nieuwe landen van het doelsysteem). 4. In 2009 en 2010 voert de Postraad een onderzoek uit naar de verwerkingskosten van de binnenkomende post. Indien uit dit onderzoek een ander percentage naar voren komt dan het onder 3 vermelde percentage van 70%, bepaalt de Postraad of het opportuun is het percentage van de port voor een prioritaire brief van 20 gram voor 2012 en 2013 te wijzigen. 5. Voor 2010 en 2011 wordt 50% van de BTW of de andere toepasselijke heffingen in mindering gebracht op de heffing die wordt gebruikt voor de onder 3 bedoelde berekening. Voor 2012 en 2013 bedraagt deze mindering 100%. 6. De bedragen die vóór 2010 op de stromen tussen de landen van het doelsysteem worden toegepast, mogen niet hoger zijn dan: voor 2010: 0,253 BTR per zending en 1,980 BTR per kilogram; voor 2011: 0,263 BTR per zending en 2,059 BTR per kilogram; voor 2012: 0,274 BTR per zending en 2,141 BTR per kilogram; voor 2013: 0,285 BTR per zending en 2,227 BTR per kilogram. 7. De bedragen die vóór 2010 op de stromen tussen de landen van het doelsysteem worden toegepast, mogen niet lager zijn dan de bedragen van 2009, vóór toepasssing van de koppeling aan de kwaliteit van de dienstverlening. Deze bedragen mogen niet lager zijn dan de hieronder vermelde waarden: voor 2010: 0,165 BTR per zending en 1,669 BTR per kilogram; voor 2011: 0,169 BTR per zending en 1,709 BTR per kilogram; voor 2012: 0,173 BTR per zending en 1,750 BTR per kilogram; voor 2013: 0,177 BTR per zending en 1,792 BTR per kilogram. 8. De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen naar, vanuit en tussen de nieuwe landen van het doelsysteem, met uitzondering van partijenpost, zijn: voor 2010: 0,155 BTR per zending en 1,562 BTR per kilogram; voor 2011: 0,159 BTR per zending en 1,610 BTR per kilogram; voor 2012: 0,164 BTR per zending en 1,648 BTR per kilogram; voor 2013: 0,168 BTR per zending en 1,702 BTR per kilogram. 9. De vergoeding voor partijenpost wordt vastgesteld door middel van toepassing van de in de artikelen 28.3 tot en met 28.7 bedoelde bedragen per zending en per kilogram. 10. Behoudens een andersluidende bilaterale overeenkomst is per zending een aanvullende vergoeding van 0,5 BTR voorzien voor aangetekende zendingen met waardeaangifte zonder identificatie door middel van een streepjescode of met identificatie door middel een streepjescode die niet in overeenstemming is met de technische norm S10 van de UPU. 11. Op dit artikel is, behoudens bij bilaterale overeenkomst, geen voorbehoud mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel