Naar hoofdinhoud

DEEL II › SECTIE II

Artikel 22

Hospitaalschepen en kustreddingboten

Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 26 december 1987

1. De bepalingen van de Verdragen betreffende: de vaartuigen, omschreven in de artikelen 22, 24, 25 en 27 van het Tweede Verdrag, hun reddingboten en kleine vaartuigen, hun personeel en bemanningen, de gewonden, zieken en schipbreukelingen aan boord, zijn eveneens van toepassing wanneer die vaartuigen burgers vervoeren die gewond, ziek of schipbreukeling zijn en niet behoren tot een van de categorieën, vermeld in artikel 13 van het Tweede Verdrag. Die burgers mogen evenwel niet worden overgedragen aan enige partij die niet hun eigen partij is, noch op zee gevangen worden genomen. Indien zij zich in de macht bevinden van een andere partij bij het conflict dan hun eigen partij, zijn het Vierde Verdrag en dit Protocol op hen van toepassing. 2. De bescherming door de Verdragen verleend aan de vaartuigen, omschreven in artikel 25 van het Tweede Verdrag, strekt zich mede uit tot de hospitaalschepen, voor humanitaire doeleinden aan een partij bij het conflict ter beschikking gesteld: door een neutrale Staat of een andere Staat die geen partij is bij dat conflict; door een onpartijdige internationale humanitaire organisatie mits in beide gevallen aan de in dat artikel vermelde vereisten is voldaan. 3. Kleine vaartuigen, omschreven in artikel 27 van het Tweede Verdrag, dienen te worden beschermd, zelfs indien de in dat artikel bedoelde kennisgeving niet is gedaan. De partijen bij het conflict worden evenwel uitgenodigd, elkaar van alle bijzonderheden met betrekking tot die vaartuigen in kennis te stellen, ten einde de identificatie en de herkenning daarvan te vergemakkelijken.

Rechtspraak bij dit artikel