**1.** Het is verboden een tegenstander te doden, te verwonden of gevangen te nemen door middel van perfidie. Gedragingen die het vertrouwen wekken bij een tegenstander ten einde deze te doen geloven dat hij gerechtigd is tot bescherming krachtens de regels van het volkenrecht toepasselijk in geval van gewapende conflicten of dat hij verplicht is zodanige bescherming te verlenen, met de bedoeling dat vertrouwen te misbruiken, leveren perfidie op. Voorbeelden van perfidie zijn:
het voorwenden van het voornemen tot onderhandelen onder de parlementaire vlag of het voorwenden van overgave;
het voorwenden, uitgeschakeld te zijn door verwondingen of ziekte;
het voorwenden van het bezit van de status van burger of van non-combattant;
het voorwenden van het bezit van een beschermde positie door het gebruik van tekens, kentekenen of uniformen van de Verenigde Naties, van neutrale Staten of van andere Staten die geen partij zijn bij het conflict.
**2.** Krijgslisten zijn niet verboden. Dergelijke listen zijn gedragingen die zijn bedoeld om een tegenstander te misleiden of hem er toe te bewegen roekeloos te handelen, maar die geen regels van het volkenrecht, toepasselijk in geval van gewapende conflicten schenden, en die niet verraderlijk zijn doordat niet wordt getracht het vertrouwen van een tegenstander te wekken met betrekking tot bescherming krachtens dat recht. Voorbeelden van krijgslisten zijn: het gebruik van camouflage, lokmiddelen, schijnoperaties en onjuiste inlichtingen.
DEEL III › SECTIE I
Artikel 37
Verbod van perfidie
Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 26 december 1987