Onverminderd de bepalingen van het Verdrag van ’s-Gravenhage inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict van 14 mei 1954 en van andere op deze bescherming betrekking hebbende internationale akten, is het verboden:
vijandelijke handelingen te verrichten, gericht tegen de historische monumenten, de kunstwerken of plaatsen van godsdienstige verering die het culturele of geestelijke erfgoed van de volkeren vormen;
dergelijke goederen te gebruiken ter ondersteuning van de militaire inspanning;
represailles tegen dergelijke goederen te nemen.
DEEL IV › SECTIE I › Hoofdstuk III
Artikel 53
Bescherming van culturele goederen en plaatsen van godsdienstige verering
Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 26 december 1987