Naar hoofdinhoud

DEEL V › SECTIE II

Artikel 86

Nalatigheid

Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 26 december 1987

1. De Hoge Verdragsluitende Partijen en de partijen bij het conflict dienen ernstige inbreuken op de Verdragen of dit Protocol, die voortkomen uit een nalaten om te handelen terwijl een verplichting om te handelen bestond, tegen te gaan, en dienen maatregelen te nemen om alle andere uit een zodanig nalaten voortkomende inbreuken te doen ophouden. 2. Het feit dat een inbreuk op de Verdragen of dit Protocol is begaan door een ondergeschikte ontheft zijn meerderen niet van hun strafrechtelijke, onderscheidenlijk disciplinaire verantwoordelijkheid, naar gelang van de omstandigheden, wanneer die meerderen wisten, of over inlichtingen beschikten waardoor zij onder de omstandigheden van dat ogenblik konden begrijpen, dat hij een zodanige inbreuk beging of op het punt stond te begaan, en wanneer zij niet alle praktisch uitvoerbare maatregelen die in hun vermogen lagen, hebben getroffen om de inbreuk te voorkomen of tegen te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel