Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 1986

1. De regels die van oudsher in acht worden genomen door de rechterlijke colleges zullen ook richtsnoer zijn bij de uitoefening door het Beneluxhof van zijn rechtsprekende taak. 2. Het Hof stelt zijn reglement op de procesvoering vast en legt dit ter goedkeuring voor aan het Comité van Ministers. 3. Regel is dat de procedure voor het Hof wordt gevoerd bij geschrifte. Het Hof kan echter gelegenheid geven tot in het openbaar te houden pleidooien op door het Hof te bepalen plaats, dag en uur. 4. Elke partij is bevoegd om binnen een door de President van het Hof te bepalen termijn een memorie in te dienen inhoudende haar stellingen en conclusies. Indien de aard der zaak daartoe aanleiding geeft kan aan partijen een termijn worden gegeven voor het indienen van een memorie van antwoord. Deze termijnen kunnen worden verlengd. 5. Als pleiter voor het Hof mogen optreden de advocaten van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen, alsmede alle andere personen die voor een bepaalde zaak door het Hof als zodanig worden toegelaten. Advocaten van de balies van Lid-Staten, andere dan de Beneluxlanden, dienen, wanneer ze voor het Hof pleiten, te worden bijgestaan door een lid van de balie van een van de Beneluxlanden. De advocaten, raadslieden en gemachtigden, die voor het Hof verschijnen, genieten, onverminderd het ten deze toepasselijke tuchtrecht, de voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies nodige rechten en waarborgen, overeenkomstig de bepalingen van het reglement op de procesvoering. Ten aanzien van de advocaten en raadslieden die voor het Hof optreden bezit het Hof, overeenkomstig de bepalingen van bedoeld reglement, de bevoegdheden welke op dit gebied gewoonlijk aan de rechter worden toegekend. 5bis. Ten aanzien van getuigen geniet het Hof dezelfde bevoegdheden als op dit gebied in de regel aan de rechter zijn toegekend; het Hof kan tevens geldboeten opleggen, een en ander overeenkomstig de bepalingen van het reglement op de procesvoering. De tenuitvoerlegging van beslissingen van het Hof waarbij geldboeten worden opgelegd geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's-Gravenhage op 29 april 1969. 6. De beraadslagingen van het Hof zijn en blijven geheim. De beslissing van het Hof is met redenen omkleed, zij vermeldt de namen van de rechters die haar genomen hebben en wordt in openbare zitting uitgesproken. Tegen de beslissing staat generlei voorziening open. 7. De talen die door en voor het Hof worden gebezigd zijn het Nederlands en het Frans. Bij de processtukken moet steeds een vertaling in de andere taal worden gevoegd. De procesvoering, de pleidooien en de uitspraak vinden plaats in de taal welke is gebezigd voor de rechter bij wie het bodemgeschil aanhangig is. Het Hof kan ten aanzien van de pleidooien afwijking van deze laatste regel toestaan. Indien pleidooien zijn gehouden moet een pleitnota worden overgelegd. Wanneer de beslissing waarbij uitleg wordt gevraagd in de Duitse taal is gesteld, kan het Hof bevelen, hetzij dat de procesvoering en de uitspraak in het Nederlands, hetzij dat deze in het Frans plaatsvinden. Bij de processtukken moet steeds een vertaling in de beide andere talen worden gevoegd. De pleidooien kunnen in een der drie talen worden gehouden; een pleitnota moet worden overgelegd. 8. Aan de griffie van het Hof is een vertaaldienst verbonden. Deze dienst verstrekt kosteloos alle hierbovenbedoelde vertalingen. Volgens Trb. 2013/12 vernummerd tot art. 11.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel