Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 3bis

Artikel 3bis

Onderdeel van Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 1986

1. Het Hof wordt bijgestaan door drie griffiers, die onderscheidenlijk de Belgische, de Luxemburgse en de Nederlandse nationaliteit hebben. Met instemming van de President en het Hoofd van het Parket kunnen twee van de drie griffiers van dezelfde nationaliteit zijn. Een der griffiers is hoofdgriffier. De Hoofdgriffier en de beide andere griffiers dienen doctor in de rechten, meester in de rechten (Nederland), licentiaat in de rechten (België), of houder van een als daaraan gelijkwaardig erkend diploma (Luxemburg) te zijn. Ten aanzien van de beide laatstgenoemde griffiers kan ook een ander universitair einddiploma worden aanvaard. 2. De griffiers worden benoemd door het Comité van Ministers in overeenstemming met de President en het Hoofd van het Parket; zij worden bij voorkeur gekozen uit de ambtenaren van het Secretariaat-Generaal van de Benelux Economische Unie. In dat geval vervullen zij de functie van griffier naast die van ambtenaar bij het Secretariaat-Generaal, met inachtneming van de regeling bedoeld in het zesde lid van dit artikel. Hun benoeming tot griffier behoeft de instemming van de Secretaris-Generaal. De President en het Hoofd van het Parket wijzen gezamenlijk de Hoofdgriffier aan. Zij geven van die aanwijzing kennis aan het Comité van Ministers. 3. De griffiers worden op voordracht van het Hoofd van het Parket door het Comité van Ministers van hun functie ontheven. Het Hoofd van het Parket geeft van zijn voornemen tot het doen van deze voordracht kennis aan de betrokken griffier. Het Hoofd van het Parket gaat daartoe niet over dan na de griffier te hebben gehoord. Tegen de beslissing van het Comité van Ministers kan de griffier, binnen twee maanden nadat deze aan hem is medegedeeld, beroep instellen bij het Hof. Het Hof beoordeelt het beroep in volle omvang. 4. Indien de algemene vergadering vaststelt dat de functie van een of meer griffiers niet of niet meer gelijktijdig met andere of bepaalde andere functies kan worden uitgeoefend, stelt de President het Comité van Ministers daarvan in kennis. Indien het Comité van Ministers zich verenigt met het gevoelen van de algemene vergadering, neemt het de maatregelen die het nodig acht om de bezwaren weg te nemen. 5. De griffiers, de leden van de aan de griffie verbonden vertaaldienst en het griffiepersoneel zijn onderworpen aan het disciplinair gezag van het Hof. De algemene vergadering stelt de op hen toepasselijke tuchtregeling vast en legt deze ter goedkeuring voor aan het Comité van Ministers. 6. Voor zover diezelfde personen ambtenaar zijn van het Secretariaat-Generaal, stelt het Comité van Ministers, op voorstel van de algemene vergadering, een regeling vast betreffende de verdeling van het gezag tussen het Hof en de Secretaris-Generaal, deze laatste gehoord.

Rechtspraak bij dit artikel